King Me - Happy Happy

Reviews
Oor
Studentikoze kotsgeluiden gaan het slot- en dankwoord van Michael Milo aan het
eind van Happy Happy vooraf.Niet iets om vrolijk van te worden,
dit na één draaibeurt hinderlijke toetje. Een begrafenisondernemer spreekt
boeiender. Milo's tekst gaat bovendien vergezeld van een duf muziekje. Pure
anticlimax. Want Happy Happy, het vierde album van de Rotterdamse
indiepopband, verdient een ander eind.Loftrompetten, gejuich,
klaroengeschal. Fijne variatie (van melancholieke slowcore tot Sonic
Youth-jachtigheid), primadeluxe popliedjes, relevant referentiekader, King Me
heeft het. De groep is in 1999 vernoemd naar een compositie van Will Oldham.
Maar Milo's muziek sluit ditmaal, met behoud van eigen identiteit (kwetsbare
zang), meer aan bij die van Miracle Legion (het vlotte Vera), Lou Reed
(het lijzige, lome Perfect) en Pavement (het ondanks een assertieve
gitaar luchtige Soaps). En bij Sparklehorse (You Know I Like Blondes,
Big Boy Song) en Grandaddy (Back From War, met elegante zang). En
over het trage, weemoedige I'll Go Where The Sun Goes hangt de
intrigerende schaduw van Daryll-Ann. Veel zal Happy Happy wel niet
verkopen, maar My First Sonny Weismuller heeft ons na King Me's vorige album
Keep It There weer een margepareltje bezorgd. (door René Megens)
Kindamuzik
De mooiste momenten die je het langst bijblijven komen
vaak onverwacht. Zo is er een bandje dat King Me heet waar ik tot nu toe nog
nooit van gehoord had. Als je zo diep in de muziek zit dan is dat eigenlijk
best vreemd maar goed, het kan gebeuren. De laatste tijd zag ik de naam hier en
daar opduiken en typeringen als 'melancholisch' en 'sfeervol' knipoogden
flirterig naar me. En dan ben ik snel nieuwsgierig gemaakt. Het was dan ook een
kwestie van tijd voordat het schijfje zijn weg vond naar mijn cd-speler.
Ondanks die ironische titel is Happy Happy geen onbezonnen rock-‘n-roll-feestje. Eerder een
gezellig samenzijn op een herfstige winterdag, koffie, gebak, problemen die het
echte leven tekenen etcetera etcetera. Zanger Michael Milo weet met zijn stem
heerlijk te balanceren op de grens van zwaarmoedig en gepassioneerd, af en toe
lekker hees en altijd met een lichte kraak. Er wordt mooi afgewisseld tussen
uptempo alt.rock en meeslepende melancholie.
Tijdens opener ‘Vera’ en vooral tijdens ‘Happy Heater’gaat de band voor King Me-begrippen lekker los.
Maar de mooiste momenten zijn die waarin Milo’s snik het best te horen is. ‘Perfect’ bijvoorbeeld met een
hoofdrol voor het eenzame geluid van een slidegitaar, of ‘Wrong Wrong’ waarin
ze door de combinatie met lichte postrockmuziek een beetje weg hebben van de
droefheid van Early Day Miners. Het meeslepende ‘Back from War’ zou niet
misstaan op de nog te verschijnen nieuwe Doves-plaat en als tijdens ‘Big Boy
Song’ en ‘Light Again’ een trompet tevoorschijn komt ben ik helemaal tevreden.
Met mijn rug tegen de verwarming, kop koffie in mijn handen, een goed boek.
Happy Happy dus (door Joris Heemskerk).
Subjectivisten
Ik zei nog: “Geen blije muziek!” Krijg ik een cd op de mat die Happy Happy heet. Nou vraag ik je!
Gelukkig ken ik de muziek van de Nederlandse band King Me, waarvan deze schijf afkomstig is. En ja hoor, het klinkt allemaal weer lekker melancholisch.
Kijk en daar word ik blij van! De cd is minder experimenteel dan de voorganger(s), maar bevat betere liedjes. Niet dat er ook maar iets mis is met hun vorig werk, laat ik dat voorop stellen, maar deze is meer consistent en zou zomaar melancholieminnende mensen buiten onze landgrenzen blij kunnen maken.
Bijvoorbeeld fans van Pavement, Grandaddy, Hood (of nog beter Zoppo als ze die kennen) en Timesbold. De vele bloedmooie liedjes zullen in ieder geval menig Nederlands hart sneller laten kloppen.
De licht getormenteerde zang, de warme gitaarklanken, een strijkje en blaasje hier en daar, een vleugje dramatiek en de hoopgevende percussie, alles valt op z’n plaats.
King Me maakt de winter draaglijk en schoon als pasgevallen sneeuw. Een bakkie troost om je te verblijden!
(door Jan Willem Broek)
FRET
VPRO-programmamaker Jaap Boots riep in 2002 King Me wegens 'te zwaarmoedig' uit
tot 'grootste kutband van het jaar'. Voor zanger-gitarist Michael Milo reden
zijn thuisstudio de Jaap Boots Loods te noemen. Omdat het indiepoptrio uit
Deventer door meer mensen 'zwaar op de hand' genoemd wordt, is het nieuwe album
doodleuk Happy Happy genoemd. Een bedrieglijke titel, want net als op de
voorganger Keep It Here uit september 2002 zijn ook nu de steekwoorden
'breekbaar', 'melancholisch', 'herfstmuziek' en 'kwetsbaar' weer op zijn plaats.
Maar met dank aan de prachtige popliedjes, de blazers en
strijkers en wat meer afwisseling is King Me beter verteerbaar dan ooit. En
blijf na het laatste nummer nog even luisteren, want dan wordt iedereen
voorgesteld die aan dit album heeft meegewerkt. Jaap Boots: eat your heart out!
FOK!
Het Rotterdamse King Me vernoemde zich bij de oprichting ooit naar een song van Will Oldham. Met die zin begint elke review
en elk artikel over de band rond Michael Milo, dus ook deze. Alleen al omdat het
zo mooi weergeeft hoe muziek je kan inspireren, bijvoorbeeld tot het kiezen van
een bandnaam.Smaak kan de heren in ieder geval niet ontzegd worden, want
er zijn slechtere songs denkbaar om je bandnaam aan te ontlenen. De invloed die
Oldham op de mannen had, lijkt op dit album echter niet verder te gaan dan de
naam. Waar Will Oldham droevige songs maakt met de wortels in de country en de
folk, daar doet King Me in indierock. De enige overeenkomst met Oldham op dit album is misschien de
melancholiek die in de nummers en teksten doorklinkt. Muzikaal zit King Me zoals gezegd in een
totaal andere hoek. Ik had het dan ook te billijken gevonden als men zich bij de
oprichting "Range Life" had genoemd. Waarom? Luister maar naar de
Pavement-achtige gitaarlijnen waarmee een nummer als Back From War opent
of die door Soaps heen zwieren. Wellicht had Pavement wel zo geklonken
als Stephen Malkmus niet uit Stockton was gekomen, maar in pakweg Kralingen
geboren was.Met "Spirit Ditch" had ik ook kunnen lezen, want de
vervormde zang, gitaarerupties, trompetjes en pakkende refreinen in The Happy
Heater, You Know I Like Blondes... en Big Boy Song doen toch
erg Sparklehorse-achtig aan. Toch had "Street Spirit" me de meest voor
de hand liggende bandnaam geleken, want de echo van Radiohead ten tijde van The
Bends klinkt toch wel in minstens de helft van de nummers door. Neem daarbij wel
van mij aan dat Milo niet zo geforceerd experimenteel wil zijn als Yorke en ook
niet zo'n zeikerd is. Die emotionele voordracht zit nu eenmaal in zijn stem en
eerlijk is eerlijk, het levert fraaie muziek op.Dat King Me zich echter gewoon
King Me noemde is maar goed ook. Want de heren zijn geen simpele navolgers, ze hebben wel degelijk iets
eigens. Zo is dit Happy Happy een prima album van Nederlandse bodem
geworden, dat weliswaar het hoge niveau van Coparck en Hallo Venray niet
benadert, maar toch weer een release is waar we trots op mogen zijn. En waar
Milo ons in Vera op het hart drukt om ons vooral te herinneren wat Vera
zei (Let's all take a knife), zo druk ik u op het hart vooral deze
release niet te vergeten als u straks in december uw jaarlijstje gaat opmaken.
Het zou zomaar uw eigen favoriete kleine bandjesplaatje kunnen worden.
De Recensent
& we zingen & we springen & we zijn zo blij. je verdrinkt je falderie in je alaaf. & dan de handjes de lucht in. like you just don't care.
Hier is de feestmars. happy happy van King Me. Om je falderie te verdrinken in je alaaf. Om bij dood te gaan, en opnieuw geboren te worden.
Zeven keer. Toen ik geboren werd voor de zevende keer dacht ik: nu gaat alles vanvorenafaan loos. Loos het gaat.
Op het moment dat je deze cd in de ceedeelade van je ceedeespeler legt, en op close drukt, en daarna op play. Doe dat maar.
Doe het nu. Terwijl ik wacht. Laat die klanken maar je kamer in stromen. Laat vera je kamer instromen. Laat het stromen.
Laat haar stromen. Wees klaar voor het koninkrijk van King Me. Waar alles bij het oude is, behalve dat iedereen ouder is geworden.
De bladeren worden oud en vallen en gaan dood. Het is kaler geworden in het koninkrijk van King Me. Kaler dan het was op voorganger Keep it here.
Daar wilden de arrangementen nog wel welig tieren en misschien hoorden sommigen door de trompetten en violen de muziek niet meer.
Die zullen daar op happy happy geen last van hebben, de zeikerds. Daar is alles kaal en klaar en iedereen die wil kan zien wat hij ziet als hij echt kijkt, horen wat hij hoort als hij echt luistert.
Soms is dat eenvoudigweg prachtig. Luister bijvoorbeeld eens naar rain. Als ik een persoonlijke top tien zou maken van de mooiste nummers allertijden, dan zou rain wel eens heel hoog kunnen eindigen.
De gitaar jankt, de viool klettert neer en neer als dikke stromen immer neerzeikende regen. De zanger huilt,
de drums slenteren troosteloos voort en vuts tot voorbij the point of no return, of anders tot voorbij gewoon maar de volgende
mirador. Dat lijden kan louteren bewijst rain. Mooi is zeker ook het eerder genoemde vera (genoemd naar de concertzaal?).
Een goede introductie voor wat volgt. Het toont nog niet alles, maar het geeft een hint van wat je verwachten kunt.
De pijnlijkheid van rain is nog niet in zicht, maar dreigt vanachter de eerstvolgende heuvel (of anders vanachter gewoon maar de volgende mirador)
tevoorschijn te komen. En dan perfect (oh hoe het zich met geniepige weerhaakjes in je ziel vastzet). Of i'll go where the sun
goes, dat is als thuisblijven en naar de regen kijken en jezelf nog maar eens een whisky inschenken. Laat het dan Macallan zijn,
jezus laat het dan Macallan zijn. the happy heater is boos en wanhopig; wrong wrong kaal en elementair en alle opsmuk voorbij.
back from war heeft die tiepiese, merkwaardige King Me-kwaliteit dat het tegelijk treurig en opbeurend is. Zoals zoveel
King Me-nummers.
Want in tegenstelling tot wat een wijdverbreid misverstand zegt is het niet alles somberte en tristesse bij deze gasten. Zelfs op de allerzwartste momenten, zoals rain, biedt King Me nog altijd troost en hoop. Voor een luchtig nummer als you know i like blondes... is dan ook alle plaats, zonder dat het detoneert met het navolgende big boy song dat zich juist kenmerkt door iets als ingehouden woede. En in light again is het alweer licht, het daagt, het is bijna ochtend, het voetvolk neigt ter arbeid, alle vrouwen zijn nuchter en het is tijd om naar huis te gaan en te slapen misschien.
happy happy kent ook oninteressante momenten (helaas). soaps is een niemendalletje dat het ene oor in gaat en het andere uit. Zo bedoeld misschien? Okee, maar dat maakt het niet minder nietszeggend en klootloos. Temeer daar de luchtige charme die you know i like blondes... wel heeft bij dit nummer ontbreekt.
En de gesproken trackinformatie op het einde is een ware tenenkrommer. De suffe afkondiging van de band (+ danklijst en verdere informatie) door zanger Michael zou naar verluid een parodie zijn op een al even suffe radioman. Hmm, cabaret dus. Wat zei Dirk von Lowtzov daar ook alweer over? Precies: "ich verabscheue euch wegen eurer kleinkunst zutiefst", zei hij.
Maar wie track vier overslaat en happy happy na de laatste toon van track elf subiet uit zijn speler haalt, heeft zeker een hele moje ceedee om zijn oren gekregen. Ik ga geen moeite doen om die ceedee met andere ceedees te vergelijken, of King Me met andere bands. Dat gebeurt in menige King Me-recensie (en menig King Me-artikel) al op de vierkante centimeter en ik heb daar niks aan toe te voegen. Soms slaan de vergelijkingen ergens op. Soms niet. Je moet King Me vooral gewoon de ruimte laten om hen je eigen falderie te laten verdrinken in je eigen alaaf. Zingend. Springend. Blij & treurig, en vol van hoop.
Zet die alaaf dus maar vast klaar, close, play en loos.(door Tim Donker)
Musicfromnl
Michael Milo, voorman van King Me, verhuisde een tijdje terug van Rotterdam naar
Deventer en daar blijkt toch een wat andersoortig fluor in het water te zitten
dan in de Maasstad. We kunnen tenminste wel spreken van een lichte
koerswijziging in het King Me-idioom. Bij de eerste albums was er natuurlijk de
veelal aanwezige Will Oldham-feel, maar die is na het vorige, vrij experimentele
album, zo goed als verdampt. Nog steeds kunnen mensen met een goed humeur beter
met een grote boog om King Me heen, zij die regelmatig last hebben van spleen
(het woordenboek zegt: zwaarmoedigheid, gebrek aan levenslust) vinden in 'Happy
Happy' echter drijfzand genoeg om nog wat verder weg te zakken. Zo kun je de
titel uitleggen hoe het uitkomt, altijd handig! Op 'Happy Happy' zoekt de band
veel meer het gebied van Smog en Sparklehorse en is Milo's regelmatige omgang
met de mannen van Club Diana ook niet zonder gevolgen gebleven. Niet dat er een
enorme ommekeer te melden valt, maar er is nu in een aantal gevallen duidelijk
sprake van gitaarliedjes die wat betreft muziek makkelijker blijven hangen. Dat
geldt nog niet voor de getormenteerde zang en de teksten van Milo, voordat die
echt onder je huid kruipen zijn wel een paar draairondjes nodig. Dat mag echter
geen beletsel zijn, want dat geduld blijft niet zonder gevolgen. Wie een
voorkeur heeft voor melancholisch komt op het vierde King Me album namelijk weer
ruimschoots aan zijn trekken. In elk nummer is wel iets speciaals te ontdekken.
Onder andere trompet, cello, viool, synthesizer, trombone, piano en zelfs zwaar
gierende gitaren zorgen er voor dat elk nummer een eigen karakter heeft en je
voortdurend geboeid wordt. Na verloop van tijd vallen de muntstukjes op hun
plaats en laat 'Happy Happy' zich draaien als een uiterst sterk album, waarop
geen zwakke plekken te ontdekken zijn. Waarschijnlijk is dit album zelfs de
beste King Me langspeler tot nu toe. Na afloop iets teveel weggezakt in het
spleen-drijfzand? Neem een kopje of schoteltje koffie, er is genoeg! (door Roel)
Aloha
Bij sommige rockbands hoor je binnen drie maten dat ze van plan zijn de wereld te gaan veroveren.
Of het ook lukken zal is een tweede, maar de intentie is daar. Niets van dat alles bij het Overijsselse King Me.
De groep rond zanger/songschrijver Michael Milo meet de melancholie breed uit op de vierkante centimeter en doet dat inmiddels vier albums lang.
De lo-fiïge liedjes zijn mooi. Twee van de beste nummers hebben als titel Perfect en I'll Go Where The Sun Gooes en klinken desondanks droef.
Soms schieten Milo en de zijnen even uit hun slof - The Happy Heater - en blijken ze toch niet alle dagen even bewolkt. De arrangementen kennen hier en daar eigenwijze trekjes.
Maar het blijft het soort plaat voor al degenen die op hun zolderkamertjes zitten en denken dat de zon voor alle anderen schijnt maar niet voor hen.
Zeker geen 'tv-het-hotelkamerraam-uit' band. (door Peter Bruyn)
Planet
Het is nog maar net februari en er zijn al twee Nederlandse platen verschenen
die echt de moeite waard zijn. Naast Coparck heeft King Me nu ook een mooi album
uitgebracht. Beide bands zoeken het in de gitaarpopsfeer, maar King Me zit toch
iets meer in de melancholische hoek, hoewel het nieuwe album bedrieglijk 'Happy
Happy' (My First Sonny Weissmuller Recordings) werd gedoopt. De vierde plaat van
King Me klinkt minder lo-fi experimenteel dan de voorgangers, maar daar
tegenover staat dat er nu betere, consistentere liedjes zijn geschreven in de
stijl van Pavement, Grandaddy en Timesbold (die ze op 7 april in Vera/Groningen
supporten). De licht getergde zang valt prachtig in de warme gitaarklanken,
sferische trompet, trombone en pianogeluiden en de songs zijn gelardeerd met
meeslepende dramatiek (mede dankzij de cello). ‘Happy Happy’ is niet zo
zwaarmoedig als de eerdere platen, maar juist behoorlijk veelzijdig met
breekbare liedjes ('Perfect'), rockende songs ('The Happy Heater'), ambiance
uitstapjes en zelfs een mooi filmisch slotstuk (waarin tevens IEDEREEN die aan
deze cd meewerkte wordt voorgesteld). King Me blijft natuurlijk toch
herfstmuziek maken. 'Happy Happy' voelt als een bakkie troost in de koude dagen,
zoals ook al op de hoes wordt aangeboden ;-). Het album staat vol melancholische
gitaarpop van hoog niveau. Heerlijk in rondzwelgen... (door Monique v.d. Boogaard)
File Under
Vrolijk wordt het nergens op Happy, Happy, de nieuwe cd van King Me. Als ik het uitspreek dan klinkt het ook
helemaal niet blij. Happy Happy. Treurige herhaling. En van het dubbele
Haags bakkie op de hoes ook niet. Heb ik zo’n voetbad, dan kan ik er vergif op
in nemen dat ik mijn kleren onder smeer. Maar misschien is dat wel de humor van
Michael Milo en zijn vriendjes. Net zoals wie er in King Me zit en waar de plaat
opgenomen is nergens op de hoes staat, maar voorgedragen wordt als een soort van
plechtige monotone grafrede aan het einde van plaat. Zo hoor je daar dat de
plaat opgenomen is in de Jaap Boots Loods,
de opnamestudio van King Me in de kelder van Milo. Inderdaad vernoemd naar Jaap Boots die King Me in 2002 verkoos tot
"slechtste band van het jaar". In die kelder heeft Milo lekker gezellig zitten
knutselen aan zijn liedjes. Daarbij heeft hij zich een stuk beter weten in te
houden in zijn experimenteerdrift dan op voorganger Keep It Here. Nu
rockt King Me af en toe zelfs als en wordt het bijna bombastisch als Muse. Zonder hun indiejas uit te doen
hoor. Wees niet bang. In andere nummers is het loom en een tikkie zwaar op de
hand a la Smog en Sparklehorse. Maar altijd is de rare
stem van Milo waar je of wel van houdt of niet. Er is geen tussenweg vrees ik.(door Storm)
VPRO 3voor12
Interview (in Dutch, also in audio)
3voor12 Overijssel
Interview/review (in Dutch)